- Home
- ADC voor U
- Kennis
- Projecten
- Over ADC
- Contact
Vuur- of Stankpotten zijn beschreven in een document uit 1857 van onbekende herkomst (bron: Bureau Monumenten en Archeologie, gem. Amsterdam). Zij werden volgens dit document waarschijnlijk gebruikt op schepen om 'op vijandelijke schepen brand te veroorzaken'. De potten waren gevuld met 'Buskruid of salpeter; Houtskool, Fijne pek, Antimonium, Asa foetida (ook wel Duivelsdrek genaamd) en Spaanse peper. Welke ingrediënten in brandenden staat eene verstikkende lucht ontwikkelen, die voor het leven en de ademhaling geheel ongeschikt is'. [...] '.. zij waren gevuld met eene zeer brandbare stof, alsmede met eene soort van stof, welke, ontbrand zijnde, eene verpestende lucht van zich geeft, waardoor het bijna niet mogelijk is, de plaats waar zulk een potje brandt te naderen; hierbij komt nog, dat zij vervaardigd zijn uit eene soort van zeer zachte aarde, zoodanig, dat, wanneer men ze op iets hards smijt, zij oogenblikkelijk breken.'
De zeventiende-eeuwse Stankpot uit Vlissingen Dokkershaven en de parallellen voor de Stankpot uit Dorset zijn beschreven in ADC Monografie 9.


Stankpot uit Vlissingen Dokkershaven