Nieuws & Opinie

18-10-2017. Start archeologische opgravingen op de Veldegge Heeten
Meer lezen ›

11-10-2017. 3800 jaar oude grafheuvels gevonden bij opgravingen in Tiel
Meer lezen ›

10-10-2017. ADC ArcheoProjecten doet mee tijdens de Nationale Archeologiedagen 2017!
Meer lezen ›

ADC Monografie 22 - Een brug te ver onderzocht 

Archeologisch onderzoek in Stadsblokken-Meinerswijk, gemeente Arnhem

A.V.A.J. Bosman, R.C.A. Geerts en D. Sam (red.), 2017. Amersfoort. 418 pp. 

In het kader van het project Ruimte voor de Rivier Uiterwaardvergraving Meinerswijk heeft ADC ArcheoProjecten in samenwerking met T&A Survey een archeologische begeleiding van OCE-onderzoek, een proefsleuvenonderzoek en archeologische opgravingen uitgevoerd voor het plangebied Stadsblokken-Meinerswijk. Vooronderzoek heeft aangetoond dat zich op die locaties een restgeul uit de Middeleeuwen en enkele vindplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog bevinden. Het veldwerk is uitgevoerd op drie locaties: D, F1 en F2-3 en Z17.

Locatie D

Op locatie D zijn diverse vindplaatsen onderzocht. Deze vindplaatsen zijn voornamelijk aan de baksteenindustrie en Tweede Wereldoorlog te relateren. Resten uit oudere perioden beperken zich tot enkele losse scherven uit de Romeinse tijd en een restgeul, paalkuilen, scheepshout en scherfmateriaal uit de Middeleeuwen.

Veel van de oudere resten zijn, indien aanwezig geweest, op het moment dat de baksteenindustrie is opgekomen, vergraven. De gehele uiterwaard van de Rijn is gebruikt als delfplaats voor klei en zand om bakstenen van te maken. Hierdoor is grootschalig de bodem afgegraven en de niet bruikbare grond is met het productieafval terug gestort.

Van de aanleg van de eerste Rijnbrug in 1934 zijn enkele resten aangetroffen. De meest kenmerkende bestaan uit enkele rommelige werkvloeren onder de brug tussen de pijlers in. Daarbij zijn houten palen gevonden waarmee het brugdek gestut was.

Ten zuidwesten van de Rijnbrug is een luchtafweergeschutstelling (vindplaats 1) uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Deze lichte Flak is in eerste instantie gepositioneerd ter bescherming tegen laag en snel vliegende vliegtuigen, waaronder ook jachtbommenwerpers. Tegen hoogvliegende bommenwerpers werden de zwaardere batterijen, bijvoorbeeld 8,8 cm geschut, ingezet. Dergelijke zware batterijen werden zelf beschermd door lichte luchtafweer. Ondanks de diverse Flak-batterijen bij de Rijnbrug is de brug op 7 oktober 1944 succesvol gebombardeerd. De diverse bombardementen hebben geresulteerd in een groot aantal bomkraters (vindplaats 2) verspreid over het terrein, maar duidelijk gecentreerd rond het bruggenhoofd. Deze bomkraters zijn later als afvalkuilen gebruikt. Na het succesvolle bombardement van de Rijnbrug hadden de Geallieerden na de verovering van Arnhem een brug nodig om de Rijn over te steken. Hiervoor is snel een tijdelijke Baileybrug (vindplaats 3) opgericht, op 8 juni 1945, enkele tientallen meters ten oosten van de Rijnbrug. Ongeveer een jaar later, op 6 februari 1946, is een meer permanente Baileybrug op de pijlers van de Rijnbrug aangelegd.

Ten tijde van de Slag om Arnhem zijn op diverse luchtfoto’s sporen (vindplaats 4) zichtbaar ten westen van de, toen nog niet aangelegde, luchtafweergeschutstelling (vindplaats 1). Denkbaar is dat het een tijdelijke stelling is geweest, die gebruikt is om de Geallieerden in Arnhem te beschieten, die nagenoeg geen sporen onder het maaiveld heeft achtergelaten. Slechts een tweetal kuilen/schuilnissen en een paar vondsten kunnen hieraan gerelateerd worden. Zoals gezegd kan de batterij nog ingezet zijn geweest tijdens de slag om Arnhem. Tegen de vuurkracht van de drie 2 cm vuurmonden konden de Britse Airbornes aan de overkant van de Rijn weinig tegenstand bieden.

Locatie F1

Tijdens het onderzoek naar de dijk zijn geen sporen uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Elders binnen het gebied is een schuttersput (vindplaats 11) aangetroffen. Deze schuttersput is naar alle waarschijnlijkheid door de Geallieerden aangelegd ten tijde van de verovering van Arnhem. Op of na 22 april 1945 had deze schuttersput zijn rol vervuld en is deze als afvalkuil gebruikt en met complete in kranten gewikkelde granaten, delen van kranten, een als gereedschapskist hergebruikte munitiekist en ander afval opgevuld.

Locatie F2-3 en Z17

Op de luchtfoto’s zijn op deze locatie veel sporen uit de Tweede Wereldoorlog zichtbaar. Tijdens het onderzoek zijn alleen de randzones van deze stellingen aangesneden. Een greppel en schuilnis (vindplaats 8) zijn aangetroffen met daarin een kleine hoeveelheid (Duits) vondstmateriaal. Verder is binnen het plangebied een middeleeuws scheepswrak gevonden, het vierde wrak dat ooit in deze restgeul van de Rijn is aangetroffen en dat daarom de naam Meinerswijk 4 heeft gekregen. Het betreft de restanten van een punter-achtig vaartuig met een lengte van 6 meter en een breedte van 1,5 meter, dat tijdens het project door middel van afdekking in situ is beschermd.

Het onderzoek te Arnhem – Meinerswijk heeft een grote hoeveelheid vondstmateriaal en detailinformatie opgeleverd inzake de Slag om Arnhem en de gevechtshandelingen ter plekke. De gevechtshandelingen hebben in het verleden alle aandacht gekregen terwijl middels dit onderzoek ook de nasleep van de oorlog in beeld gebracht is. Specifiek gaat het om het opnieuw aanleggen van bruggen maar ook hoe men praktisch omging met het maanlandschap dat rondom het bruggenhoofd ontstaan was. Tijdens de egalisatie van het terrein kon men meteen ook al het afval dumpen.

ADC publicaties zijn verkrijgbaar bij SPA Uitgevers

Een brug te ver onderzocht. Archeologisch onderzoek bij Arnhem Meinerswijk