Nieuws & Opinie

18-10-2017. Start archeologische opgravingen op de Veldegge Heeten
Meer lezen ›

11-10-2017. 3800 jaar oude grafheuvels gevonden bij opgravingen in Tiel
Meer lezen ›

10-10-2017. ADC ArcheoProjecten doet mee tijdens de Nationale Archeologiedagen 2017!
Meer lezen ›

ADC Monografie 17 - Tien millennia bewoningsgeschiedenis in het Maasdal

Van jachtkamp tot landgoed langs de A2 bij Maastricht

P.L.M. Hazen, E. Drenth en E. Blom (red.), 2015. Amersfoort. 555 pp. 

In opdracht van Projectbureau A2 Maastricht en Avenue2 heeft ADC ArcheoProjecten in de periode 2010 – 2012 archeologisch onderzoek verricht in het plangebied A2 Maastricht.
Het onderzoeksgebied valt globaal op te splitsen in een noordelijk deel, de Landgoederenzone, waar de meeste vindplaatsen zijn aangetroffen, en een smalle strook in het zuiden, de N2-corridor. De deelgebieden liggen ten westen en ten oosten van de Rijksweg A2.

Prehistorie
De aangetroffen sporen wijzen op bewoning vanaf het Vroeg-Mesolithicum, waarvan resten zijn gevonden van een vermoedelijk kortstondig gebruikt jachtkamp: een cluster kuilen van een nederzettingsterrein uit de periode van de Lineaire Bandkeramiek.
Enkele sporen dateren uit de Vroege en Midden-Bronstijd, wat bijzonder is voor de regio Maastricht, maar de meeste kuilen kunnen in de Late Bronstijd worden geplaatst.
Sporen uit de IJzertijd zijn op meerdere locaties aangetroffen, o.a. enkele erven uit de Midden-IJzertijd. Op één van deze erven is een plattegrond van een woonstalhuis aangetroffen. Verder noordelijker lag mogelijk de werkplaats van een metaalsmid. Uit de Late IJzertijd dateren enkele nederzettingssporen en een grafstructuur met crematiegraf.

Romeinse tijd
Al vroeg in de 1e eeuw werd de Via Belgica in het onderzoeksgebied aangelegd: een doorgaande route naar het noorden die belangrijk was voor de troepenverplaatsingen en de aanvoer van goederen en producten. Op de Landgoederenzone zijn aanwijzingen gevonden dat deze hoofdweg mogelijkheden bood voor ondernemers in de dienstverlening. Een concentratie waterputten en –kuilen is in verband gebracht met het aanbieden van vers drinkwater voor mens en dier. Daarop voortbordurend is een gebouwplattegrond aangemerkt als mogelijke stationes waar gerust of bijvoorbeeld van paard gewisseld kon worden.
Langs de weg werd ook een strook met crematiegraven aangelegd, niet ongebruikelijk in de Romeinse tijd.

Op deelgebied A3/4 ontwikkelde zich in deze periode een villaterrein. Deze vondst draagt bij aan de discussie rond de eventuele continuïteit van het pre-Romeinse rurale bewoningspatroon. In de laatste fase van de IJzertijd vinden er namelijk belangrijke veranderingen plaats, die vermoedelijk de opmaat vormen voor het villa-landschap in de Romeinse tijd.
Langs de Via Belgica eindigen de activiteiten rond het einde van de 2e eeuw. Het villaterrein is tot het laatste kwart van de 3e eeuw in gebruik.

Vroege en Late Middeleeuwen
Het duurde vervolgens zeker 200 jaar voordat er opnieuw menselijke activiteit plaatsvond op het voormalige villaterrein: hiervan zijn enkele kuilen, een spieker en een hutkom uit de Merovingische periode gevonden. Sporen en vondsten uit de Karolingische en Ottoonse periode ontbreken volledig. Pas in de 12e eeuw zien we weer sporen van bewoning. In de 14e eeuw zien we dat de menselijke activiteiten binnen het plangebied zich weer op de relatief hoge delen (zoals deelgebied A3/4) concentreren.
Vermoedelijk zijn beide deelgebieden vanaf de 15e of 16e eeuw verkaveld. In deelgebied A1 en A2 vond deze verkaveling mogelijk plaats onder invloed van kasteel Vaeshartelt.

ADC publicaties zijn verkrijgbaar bij SPA Uitgevers

ADC Monografie 17 Tien millennia bewoningsgeschiedenis in het Maasdal